Hyperventilatie

Hyperventilatie

Hyperventileren betekent te snel of te diep ademen. Dat kan leiden tot vervelende klachten. Het lijkt net alsof er iets helemaal misloopt in uw lichaam. Dat is niet waar. De enige oorzaak van de klachten is te snel of te diep ademen.

Ademen is zo gewoon dat u er niet bij nadenkt. Het gaat vanzelf. Onbewust. Te snel of te diep ademen gaat ook vaak onbewust.

Waarom ademen we?

Door adem te halen krijgen we zuurstof binnen. De zuurstof komt eerst in de longen. Van daaruit gaat het via het bloed naar alle spieren. Daar is de zuurstof nodig voor verbranding van voedingsstoffen. Door die verbranding krijgen we energie. Zonder energie kunnen we niets. Bij diezelfde verbranding komt koolzuurgas vrij. Dit gaat via het bloed naar de longen. Daarna ademen we het uit. Iedere keer als we ademhalen, wordt dus zuurstof aangevoerd en koolzuurgas afgevoerd. Dat is nodig om energie te krijgen. Dus om te kunnen eten, drinken, slapen, lopen, werken, enzovoort.

Snel ademen

Soms hebt we plotseling veel energie nodig. Bijvoorbeeld als er een auto snel op ons af komt rijden. We schrikken enorm. We voelen de spanning in ons lichaam en springen opzij om aan het gevaar te ontkomen. Als de auto verdwenen is, staan we nog na te hijgen. We ademen dus sneller dan normaal. Dat gaat vanzelf. Het is een goede reactie van ons lichaam. We hadden immers energie nodig om weg te springen. En voor die energie moesten we ademen.

Er zijn ook minder duidelijke angsten. Angsten voor situaties waarin ons niet op ons gemak voelen. Bijvoorbeeld als we iets moeten zeggen in een groep. Of angst voor iets wat we voelen in ons lichaam, zoals pijn of een benauwd gevoel.

Te weinig koolzuur

Ook bij deze minder duidelijke angsten gaat we sneller ademen. Vaak zelfs sneller dan nodig is. We krijgen dan minder zuurstof binnen dan we kunnen gebruiken. En we blazen te veel koolzuurgas uit. Er blijft dan te weinig koolzuurgas in ons bloed. Dat kan geen kwaad, maar er treden wel een aantal verschijnselen door op. Enkele van die verschijnselen zijn:

  • benauwd gevoel
  • hoofdpijn
  • het gevoel dat we flauw vallen
  • pijn op de borst
  • tintelingen of een strak gevoel
  • stijve handen
  • angst om dood te gaan
  • droge mond

Angst voor die verschijnselen Het is niet zo gek dat we bang worden van die vervelende verschijnselen. Het lijkt net alsof er iets ernstigs aan de hand is. Door de angst gaat we nog sneller ademen. De verschijnselen worden dan nog erger. Het kringetje is rond. Hebben we eenmaal zo’n ervaring gehad? Dan zijn we misschien bang van wat er in ons lichaam gebeurt. Daarom gaan we op alles letten. Bij alles wat we voelen, denkt we dat er weer een aanval komt. Omdat we bang zijn, gaan we sneller ademen. En dan krijgen we inderdaad een aanval. Zo zien we dat de angst het hyperventileren kan oproepen en in stand houden.

Hoe komen we eruit?

We krijgen de verschijnselen als we te weinig koolzuur in het bloed hebt. Om er van af te komen moeten we dus het koolzuur aanvullen. Dat kunnen we doen door langzaam en oppervlakkig te ademen. We blazen dan namelijk minder koolzuur uit. We kunnen ook proberen zo lang mogelijk de adem in te houden. Helaas is dit gemakkelijker gezegd dan gedaan. Iemand die in paniek is (ook al is er in feite niets aan de hand) schiet weinig op met het advies ‘langzaam en oppervlakkig ademen’. Daarom beginnen we met een noodmaatregel: een plastic zak.

De plastic zak &emdash; een noodmaatregel

Als we een aanval op voelen komen, pakken we een tamelijk grote plastic zak, bijvoorbeeld een diepvrieszak. Houden de opening voor neus en mond. Het hoeft niet helemaal af te sluiten. Ademen nu in de zak. In de uitgeblazen lucht zit veel koolzuur. Dit komt in de zak. Als we inademen krijgen we datzelfde koolzuur weer binnen. Het koolzuurgehalte van ons bloed stijgt. De verschijnselen verdwijnen. We houden dit 1 à 2 minuten vol. Deze truc met de plastic zak werkt altijd!

De oplossing: leer beter ademen

De plastic zak was meer een noodmaatregel. Ademhalingsgymnastiek is veel beter. Hoe gaat dit?

Oefening voor rustiger ademen

Ga op een stoel zitten. Probeer alleen met de buik te ademen. Buikademhaling is namelijk meestal minder diep dan borstademhaling. Houd de handen op de buik, net onder de ribben. Dan voelen we precies wat er gebeurt. De buik gaat duidelijk op en neer, iedere keer als we ademen. De borstkas mag hierbij nauwelijks bewegen.

Als het lukt om met de buik te ademen, gaan we de snelheid aanpassen. Neem steeds drie seconden om in te ademen en zes seconden om uit te ademen. Tel in gedachten mee:

in -2 – 3 uit – 5 – 6 – 7 – 8 – 9
in -2 – 3 uit – 5 – 6 – 7
in -2 – 3 uit – …

Het langzaam uitademen is vaak het moeilijkst. Laat daarom bij elke tel een beetje lucht ontsnappen. Doe de buikademhalingsoefening steeds 3 à 5 maal achter elkaar. Dus 3 tot 5 keer bewust in en uit ademen. Doe dit minstens drie keer per dag. Vaker is beter. Probeer de oefening in allerlei houdingen te doen: liggend, zittend, staand. Als we deze oefening onder de knie hebben proberen we eens met de buik te ademen tijdens allerlei activiteiten: als we zitten te lezen, als we staan af te wassen, enzovoort.

Houding verbeteren

De houding is ook belangrijk voor een goede ademhaling. Als we een beetje in elkaar gedoken zitten, is ademen met de buik moeilijk. Ga bewust achterover zitten, de beide voeten op de vloer. We ademen dan rustiger. Loop steeds rechtop. We maken ons zelf lang. Ook dat maakt een buikademhaling gemakkelijker.

Zo stoppen we een aanval

Krijgt we toch een aanval? Probeer dan de aanval te stoppen met de oefening voor de buikademhaling. Als het lukt om rustig met de buik te ademen, stopt de aanval altijd. Als we niet rustig kunnen ademen, kunnen we altijd nog een plastic zak erbij nemen. Daarmee lukt het zeker. Zorg ervoor dat er altijd zo’n zakje bij de hand is. Probeer niet in paniek te raken. Er is niets aan de hand. We kunnen de aanval zelf stoppen.

Wanneer hebben we last?

In het begin van deze folder hebben we gezegd wanneer hyperventilatie vaak voorkomt. Namelijk als mensen bang zijn voor een situatie of voor een gevoel. Het komt ook wel eens voor na een grote lichamelijke inspanning. Probeert daarover na te denken. Hoe zit dat? Wanneer hebben we last van hyperventilatie? In die gevallen extra op de ademhaling letten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *