Hulp bij posttraumatische stress-stoornis

Cognitieve gedragstherapie bij posttraumatische stress-stoornis (PTSS)

 

Wat is een posttraumatische stress-stoornis (PTSS)?

Wanneer iemand wordt geconfronteerd met een extreem bedreigende situatie waarbij gevoelens van intense angst, hulpeloosheid of afschuw worden ervaren, zal dat in de meeste gevallen leiden tot angst, schrikachtigheid, nervositeit, een verdoofd gevoel en ongewilde herbelevingen van de gebeurtenis. Wanneer de klachten niet vanzelf afnemen en gedurende een maand nog in volle hevigheid bestaan, spreekt men van een posttraumatische stress-stoornis (PTSS). Kenmerkend voor PTSS zijn: (1) oncontroleerbare akelige herbelevingen, (2) vermijdingsreacties (bijvoorbeeld vermijden van de ‘plaats des onheils’ en emotionele verdoofdheid) en (3) een sterk verhoogde arousal (hyperalertheid, slaapstoornissen en dergelijke). 

Wat zegt de Multidisciplinaire Richtlijn over de behandeling van PTSS?

Wanneer er naast de PTSS niet tevens een ernstige depressie bestaat, adviseert de Richtlijn in eerste instantie een behandeling met ofwel cognitieve gedragstherapie ofwel Eye Movement Desensitization and Reprocessing (EMDR). Beide zijn vergelijkbaar effectief. Voorts is aangetoond dat ook antidepressiva effectief zijn bij de behandeling van PTSS. Als de patiënt naast PTSS tevens een ernstige depressie heeft, verdient het de voorkeur om eerst medicatie voor te schrijven.

De vraag voor welke psychologische behandeling wordt gekozen zal in de praktijk nogal eens worden beantwoord op basis van de (on)beschikbaarheid van specifieke kennis en kunde. 

Wat is cognitieve gedragstherapie?

Cognitieve gedragstherapie is één van de verschillende stromingen binnen de psychotherapie. Zij grijpt in op zowel het gedrag als op het denken van patiënten, werkt dikwijls met huiswerkopdrachten en kent over het algemeen een gestructureerde aanpak. Voor veel emotionele stoornissen zijn specifieke cognitief-gedragstherapeutische procedures ontwikkeld. 

Wat is cognitieve gedragstherapie bij PTSS?

Onder cognitieve gedragstherapie bij PTSS wordt in feite vooral ‘Imaginaire blootstelling’ bedoeld. Voor de effectiviteit van deze specifieke interventie bestaan verreweg de sterkste bewijzen. Naar andere vormen van cognitieve gedragstherapie, zoals ‘gedachten uitdagen’ – men spreekt dan van cognitieve therapie – en Stress-inoculatie therapie, is veel minder onderzoek gedaan; niettemin stemmen de resultaten, met name van ‘gedachten uitdagen’, optimistisch. 

Hoe gaat ‘Imaginaire blootstelling’?

‘Imaginaire blootstelling’ is een procedure waarbij de patiënt wordt gestimuleerd om de nare herinneringen aan de schokkende gebeurtenis(sen) herhaald en langdurig te herbeleven. Gestreefd wordt naar het minimaliseren van de (emotionele) vermijding van de emotioneel meest belastende (details van de) herinnering zodat verwerking kan plaatsvinden. Hiertoe wordt het gehele verhaal van de schokkende gebeurtenis, in al zijn details, besproken en eventueel opgeschreven. Aan de hand van dit verhaal wordt de patiënt in eerste instantie door de therapeut herhaaldelijk en langdurig blootgesteld aan herinneringen aan hetgeen er is gebeurd. Voorts wordt in de regel van iedere bijeenkomst een audio-opname gemaakt die door de patiënt dagelijks moet worden beluisterd. Soms wordt deze aanpak aangevuld met cognitieve interventies, gericht op het uitdagen en bijstellen van disfunctionele gedachtenpatronen. 

Geregelde en langdurige blootstelling aan pijnlijke herinneringen leidt geleidelijk aan tot ‘gewenning’ en tot bijstelling van onjuiste, ongelukkig makende gedachten over de schokkende gebeurtenissen. De behandeling wordt beëindigd wanneer dat punt is bereikt.

Hoe lang duurt een cognitieve gedragstherapie bij PTSS en wat zijn de effecten?

Wanneer het gaat om PTSS ten gevolge van een éénmalige schokkende gebeurtenis is doorgaans sprake van een behandeling van 10 (veelal wekelijkse) zittingen van 90 minuten. Hierbij komt het huiswerk waarbij de patiënt naar audio-opnamen van de afgelopen bijeenkomst moet luisteren. Ruim driekwart van de patiënten heeft baat bij de behandeling. Naarmate de traumatisering ernstiger is, loopt dit percentage terug. Bij onvoldoende succes moet na maximaal 24 weken combinatie met medicatie worden overwogen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *