CGT bij depressie

Wat is een depressie ?

Depressie is een stoornis waarbij de twee hoofd-kenmerken zijn:

  • Een sombere of depressieve stemmingen/of
  • Het verlies van interesse en plezier in alle of bijna alle activiteiten

Deze klachten doen zich voor gedurende het grootste deel van de dag, en dit bijna elke dag. Het gaat daarbij om meer dan zomaar een slechte dag. Om van een depressie te kunnen spreken moeten – naast één of twee van de bovenstaande hoofdkenmerken – meer-dere van de volgende zeven klachten of symptomen aanwezig zijn. Ook moeten deze klachten een verstoring van het dagelijks functioneren met zich meebrengen en gedurende minimaal twee weken het grootste deel van de dag aanwezig zijn:

  • Een gevoel van waardeloosheid ofschuldgevoelens
  • Slaapstoornissen: te weinig ofte veel slapen
  • Verminderde of grotere eetlustof duidelijke gewichtsverandering
  • Weinigenergie of vermoeidheid
  • Concentratieproblemenof besluiteloosheid
  • Traagheid en/of juistaanhoudende lichamelijke onrust
  • Terugkerende gedachten over de dood of zelfdoding

Afhankelijk van het aantal symptomen en de mate waarin ze het leven verstoren, spreekt men ook van een lichte, matige of ernstige depressie. Bij een lichte depressie zijn er relatief weinig klachten. De patiënt lijdt er wel onder, maar kan de meeste dagelijkse activiteiten nog wel volhouden. Bij een matige depressie zijn er meer klachten en kost het de patiënt moeite om dagelijkse bezigheden te verrichten. Bij een ernstige depressie zijn er zeer veel klachten en lukt het de patiënt niet meer om zich staande te houden in het dagelijkse leven. In een aantal gevallen is er sprake van een verlangen naar de dood (met dan vaak een verhoogd suïciderisico) of van Ôin de war zijnÕ, in de vorm van hallucinaties of wanen (psychotische kenmerken). Bij wanen gaat het om overtuigingen die niet kloppen met de werkelijkheid, bijvoorbeeld armoede-, schuld- en zondewaan. Hallucinaties of zinsbegoochelingen betreffen waarnemingen die niet berusten op de werkelijkheid, bijvoorbeeld iets horen of iets zien wat er niet is (gehoor- of gezichtshallucinaties). Deze complicaties bepalen mede de ernst van de depressie.

Depressie komt vaak voor. Dertien procent van de mannen en twintig procent van de vrouwen wordt er minstens éénmaal in hun eigen leven mee geconfronteerd. Voor sommigen blijft dit beperkt tot een éénmalige gebeurtenis, maar voor de meesten zullen er één of meerdere nieuwe depressieve episodes volgen. In een aantal gevallen ontwikkelt een depressie zich tot een levenslang ziektebeeld. We spreken dan van een chronisch beloop. Ook kan de depressie seizoensgebonden zijn, zoals dat het geval is bij de winterdepressie. Voor een beperkte groep van mensen wisselen fases van depressie zich af met euforische (overdreven opgewekte) of overactieve periodes. Men spreekt dan van een bipolaire stoornis. Depressie kent dus diverse verschijnings-vormen. Het is van groot belang dat de juiste diagnose gesteld wordt door een daartoe opgeleide psycholoog of arts/psychiater. De aard van de diagnose zal immers mee bepalen wat de meest geschikte behandeling vormt. In het algemeen geldt dat de ernst van de depressie het type behandeling bepaalt. Bij een lichte depressie kunnen patiënten veel baat hebben bij goede, gestructureerde voorlichting (psycho-educatie) of participatie in een zelfhulpgroep. In dergelijke groepen leren zij van en met elkaar, en kunnen ervaringen en emoties met elkaar delen. Daarnaast kunnen boeken, vaak met uitgewerkte programmaÕs om zelf aan de slag te gaan, van nut zijn (bibliotherapie). Het is van belang om regelmatig na te gaan of er positieve effecten zijn. Wanneer de bovengenoemde interventies geen of weinig effect sorteren en ook wanneer de depressie langer dan drie maanden bestaat, alsmede bij matige depressies, moet worden overgegaan op een meer ingrijpende behandeling. Dat kan zijn: medicijnen (antidepressiva), psychotherapie of een combinatie van beide. Bij een ernstige depressie zijn medicijnen aangewezen, eventueel gecombineerd met psychotherapie. 

Wat zijn bibliotherapie, psycho-educatie en interpersoonlijke therapie?

Bibliotherapie (zelfhulp) is een vorm van een gestandaardiseerde behandeling waarbij geen of slechts minimale begeleiding wordt gegeven door een deskundige. De behandeling staat op schrift, of op geluidsband/videoband of iets dergelijks en de patiënt werkt deze zelfstandig door. 

Psycho-educatie is een sterk gestructureerde behandeling waarbij de begeleiding meestal in cursusvorm plaatsvindt (groepsgewijs of individueel). Interpersoonlijke therapie richt zich op het contact, de relaties die patiënt heeft met anderen. De therapie gaat ervan uit dat een depressie te maken heeft, of gepaard gaat met, een verandering in de omgang met anderen. Die veranderingen zijn bijvoorbeeld het verlies van een belangrijk persoon, conflicten, de geboorte van een kind, met pensioen gaan. Vaak is er sprake van een verlies: in de therapie wordt het rouwproces hierover (weer) in gang gezet. 

Hoe gaat (cognitieve) gedragstherapie bij depressie in zijn werk?

Cognitieve gedragstherapie bij depressie heeft verschillende kanten en is vooral gericht op het gedrag (gedragsactivatie) en de denkwereld van de patiënt (cognitieve therapie). Omwille van de kans op nieuwe depressieve episodes omvat de behandeling ook het aanleren van technieken voor het omgaan met terugval (terugvalpreventie).

Gedragsactivatie

Eén van de kernsymptomen van depressie is het verlies van interesse en plezier in activiteiten. Hierdoor wordt men steeds minder actief. Het gaat dan niet alleen om de vervelende klussen, ook hobbyÕs en andere aangename activiteiten schieten er bij in. Naarmate de depressie ernstiger wordt, neemt de inactiviteit doorgaans toe. In nogal wat gevallen zal men hierdoor steeds minder goed functioneren binnen het gezin, op school of werk. Heel wat matig en ernstig depressieve mensen stoppen ook met werken (gedurende een korte of langere periode). Heel wat tijd wordt – piekerend – in bed doorgebracht. Samen met de hulpverlener worden de activiteiten die nog wel plaats hebben geïnventariseerd. Daarna wordt door hulpverlener en patiënt samen een actieplan opgesteld, waarbij stapsgewijs het aantal activiteiten wordt opgevoerd. Aanvankelijk kiest men voor zeer kleine, eenvoudige taken (bijvoorbeeld scheren na opstaan). Gaandeweg worden de taken complexer (bijvoorbeeld zoon helpen met huiswerk). Er wordt naar gestreefd dat er zowel aangename activiteiten worden gepland (bijvoorbeeld een ijsje gaan eten) als (mogelijk minder aangename) activiteiten die een voldaan gevoel kunnen opleveren (bijvoorbeeld de afwas doen, de was vouwen en strijken). Vanwege de sombere stemming heeft men bij depressie dikwijls de neiging om vervelende situaties uit de weg te gaan. Een onaangenaam gesprek met de baas wordt uitgesteld. Rekeningen blijven onbetaald. Men spreekt dan van vermijding. Samen met de hulpverlener zal men leren dit vermijdingsgedrag tijdig te herkennen en indien gewenst te vervangen door een actieve aanpak (bijvoorbeeld plannen hoe men het vervelende gesprek met de baas kan aanpakken).

Cognitieve therapie

Naast een verminderd activiteitenniveau wordt depressie ook gekenmerkt door een negatieve visie op de eigen persoon, de omgeving en de toekomst. Het gaat hier niet steeds (of zelfs: doorgaans niet) om realistische opvattingen. Men vindt zichzelf minderwaardig, ziet de toekomst uitermate negatief tegemoet en ervaart de wereld als bedreigend. Cognitieve therapie is die benadering binnen de cognitieve gedragstherapie die nadrukkelijk is gericht op het opsporen en het beïnvloeden van zulke disfunctionele denkpatronen. Meer in het bijzonder gaat het om het bewerken van de automatische negatieve gedachten, disfunctionele leefregels en meer algemene negatieve opvattingen over zichzelf en anderen. Hiertoe wordt in eerste instantie gebruik gemaakt van zogenoemde zelfdiagnoseformulieren waarmee de eigen gedachtegang en de daarbij horende specifieke problematische situaties systematisch in kaart worden gebracht. Later in de therapie komen daar zogenaamde gedragsexperimenten bij. Met gedragsexperimenten worden negatieve verwachtingen over de gevolgen van het eigen gedrag in het dagelijks leven getoetst: klopt de (negatieve) gedachte wel met de werkelijkheid?

Terugvalpreventie

Omdat er bij depressie steeds een zekere kans is op terugval, zal een behandeling niet alleen gericht zijn op het reduceren van de bestaande klachten maar ook op het verkleinen van de kans op nieuwe depressieve episodes. De cliënt zal daarom ook worden geleerd de symptomen van depressie tijdig te herkennen, alsook een aantal vaardigheden aangeleerd krijgen om zelf aan de slag te gaan wanneer de klachten later opnieuw zouden opduiken.

Hoe lang duurt een (cognitieve) gedragstherapie bij depressie?

De richtlijn stelt dat het niet mogelijk is om voor psychologische/psychotherapeutische interventies bij de depressieve stoornis een algemene optimale therapieduur vast te stellen. De richtlijn geeft aan dat naar een zo kort mogelijke therapie duur moet worden gestreefd, en tevens naar een stabiel herstel. Om terugval te voorkomen, dient de therapie langzaam verminderd te worden qua frequentie of te worden gevolgd door laagfrequente ‘onderhoudstherapie’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *