Hulp bij angststoornissen

Het vóórkomen van angststoornissen

De prevalentie, het vóórkomen, van angststoornissen is hoog. De life time prevalentie is voor angststoornissen 19%. Dit wil zeggen dat één op de vijf mensen ooit in zijn leven zal lijden aan een angststoornis. De angststoornissen behoren samen met depressie tot de meest voorkomende psychische stoornissen. Hoewel grote aantallen mensen lijden aan een angststoornis, wil dit niet zeggen dat zij ook allen hulp zullen zoeken. 

Behandeling

Qua behandeling zijn twee hoofdpijlers te onderkennen. De farmacotherapie, meestal in de vorm van antidepressieva en de psychotherapie. De eerste keuze psychotherapeutische behandeling voor alle angststoornissen bestaat bijna steeds uit verschillende vormen van cognitieve gedragstherapie. Het is afhankelijk van het type angststoornis welke specifieke cognitief gedragstherapeutische interventies zullen moeten worden toegepast. Hieronder volgt een globaal overzicht van interventies die bij een bepaalde angststoornis als eerste keuze worden geadviseerd.

Cognitieve gedragstherapie bij de verschillende angststoornissen

Cognitieve gedragstherapie is één van de hoofdstromingen binnen de psychotherapie. Zij grijpt in op zowel het (vermijdings)gedrag als op het denken van patiënten (cognitieve processen). Cognitieve gedragstherapie is kortdurend, klachtgericht, gestructureerd en werkt dikwijls met huiswerk-opdrachten. 

Specifieke interventies bij de verschillende angststoornissen:

Paniekstoornis met of zonder agorafobie: 

exposure in vivo: blootstellen aan een hiërarchie van angstige situaties (vooral bij agorafobie) 

cognitieve therapie: het opsporen, uitdagen en vervangen van catastrofale misinterpretaties van meestal lichamelijke sensaties anxiety management: een pakket van interventies waaronder relaxatie, cognitieve herstructurering, stress management en soms exposure

Sociale fobie

sociale vaardigheidstraining: waarbij meestal in groepsverband verschillende vaardigheden worden getraind exposure in vivo: blootstelling aan de vermeden sociale situaties cognitieve therapie: cognitieve interventies met name gericht op de negatieve beoordeling door anderen taakconcentratietraining: met name bij de sociale fobie met lichamelijke sensaties (blozen, trillen en zweten) wordt getraind in het sturen en naar buiten richten van de aandacht

Dwangstoornis (obsessief compulsieve stoornis)

exposure in vivo met responspreventie: het blootstellen aan een hiërarchie van vermeden situaties en handelingen gecombineerd met het stapsgewijs nalaten van de dwangrituelen 

cognitieve therapie: cognitieve herstructurering gericht op de automatische cognities bij de rituelen en de dwanggedachten.

Gegeneraliseerde angststoornis

anxiety management training: een pakket van inter-venties waaronder positieve zelfspraak, ontspan-ningsoefeningen, vaardigheidstraining en image switching: een techniek waarbij de patiënt leert afwis-selend angstaanjagende en dan weer geruststellende beelden op te roepen. 

applied relaxation: stapsgewijze training in relaxatie oefeningen, gecombineerd met het toepassen in steeds moeilijker situaties 

cognitieve therapie: cognitieve herstructurering gericht op zowel de inhoud van het piekeren als op het piekergedrag zelf. 

exposure in vivo: het blootstellen aan een hiërarchie van angstoproepende situaties

Specifieke fobie

exposure in vivo: het blootstellen aan een hiërarchie van specifiek gevreesde objecten of situaties cognitieve herstructurering: vaak wordt de exposure gecombineerd met psycho-educatie en cognitieve herstructurering ten aanzien van het gevreesde object. 

bloed-, injectie- en letselfobie: hierbij worden bovengenoemde interventies gecombineerd met applied tension (bewust aanspannen) om snelle bloeddrukdaling en flauwvallen te voorkomen.

Posttraumatische stress stoornis

imaginaire exposure: een interventie gericht op herhaald en langdurig herbeleven van nare herinneringen aan de schokkende gebeurtenis(sen). Doel is het minimaliseren van de (emotionele) vermijding van de emotioneel meest belastende herinnering zodat verwerking kan plaatsvinden. 

EMDR (eye movement desensitisation and reprocessing): een procedure waarbij door middel van oogbewegingen traumatische beelden gedesensitiseerd worden. De emotionele verwerking van de schokkende gebeurtenis wordt door deze methode op gang gebracht. 

cognitieve therapie: cognitieve interventies, gericht op het uitdagen en bijstellen van disfunctionele gedachtepatronen gekoppeld aan de traumatische gebeurtenis

Hypochondrie (angst voor een ernstige ziekte)

exposure in vivo met responspreventie: blootstelling aan een hiërarchie van situaties of activiteiten die vermeden worden, gecombineerd met het nalaten van gedrag dat op korte termijn de angst reduceert zoals controleren van het lichaam en geruststelling zoeken (bij artsen). 

cognitieve therapie: herstructurering van catastrofale cognities ten aanzien van ernstige ziekten. 

Comorbiditeit met andere stoornisssen

Het is afhankelijk van het type angststoornis hoe hoog de comorbiditeit met andere psychische stoornissen is. Onderling hebben de verschillende angststoornissen een comorbiditeit variërend van 3% tot 46%. Voor de behandeling is het wenselijk om de primaire diagnose vast te stellen. Onderzoek laat zien dat de effecten van de behandeling van de ene angststoornis generaliseren naar de andere angststoornis(sen).

De comorbiditeit van angststoornissen met depressie is hoog, variërend van 22% tot 66 %, afhankelijk van het type angststoornis. De multidisciplinaire richtlijn adviseert om in geval van een comorbide depressie de voorkeur te geven aan een behandeling met anti-depressieve medicatie, al dan niet in combinatie met een psychotherapeutische behandeling. Ook is er bij de angststoornissen een aanzienlijke comorbiditeit gevonden met persoonlijkheidsstoornissen, met name ontwijkende, afhankelijke en obsessief compulsieve persoonlijkheidsstoornissen (cluster C). Verschillende behandelstudies hebben laten zien dat ook patiënten met een persoonlijkheidsstoornis goed opknappen van een behandeling die gericht is op hun angststoornis. Een persoonlijkheidsstoornis is dus op voorhand geen contra-indicatie voor de behandeling van een angststoornis.

Effecten en duur van een cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie is een gestructureerde kortdurende vorm van psychotherapie. Het is wederom afhankelijk van het type angststoornis hoe lang een behandeling gemiddeld zal gaan duren. De behandeling van een specifieke fobie zal veel korter duren (van 1 tot 10 sessies) dan van een ernstige dwangstoornis (van 15 tot 25 sessies). Hierbij zijn niet alleen het type en de ernst van de angststoornis belangrijk, maar ook andere factoren als sociale steun en algeheel psychosociaal en maatschappelijk functioneren.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *